skip to Main Content

ZWITSERLAND, woensdag 26 augustus tot zondag 30 augustus. Het hoofddoel van 2015 staat voor de deur. De wekker loopt om vier uur in de nacht af. Om vijf uur vertrekt de ‘ploegwagen’ via Duitsland richting Zwitserland. Voor deelname aan de Alpenbrevet Goldtour op zaterdag 29 augustus. Door een terugval in training na een val op de heup tijdens een fietsvakantie c.q. trainingsweek op Kefalonia, Griekenland, heb ik pas vanaf de start van de maand augustus serieuze kilometers en hoogtemeters gemaakt. En dat is nodig gebleken. De Goldtour omvat 172 kilometer en 5.294 hoogtemeters. Als namen uit een sprookje van de gebroeders Grimm ontvouwen zich op deze afstand de volgende bergen: De Grimselpass, Nufenenpass, Gotthardpass en de Sustenpass. Ik voel dat ik er klaar voor ben. Zelfs een kleine set back na aankomst in het neutrale Alpenland brengt mij er niet onder. De mooie vlag van Schwyz verwelkomt mijn debuut in de Zwitserse Alpen.

Woensdag 26 augustus: Van grenscontrole naar insectenbeet

De lange, saaie autorit over de Duitse snelwegen wordt ter hoogte van Basel, met het zicht op de Zwitserse Alpen, onderbroken door een onverwachte grenscontrole. Geheel verrassend is deze controle in een neutraal land daarentegen weer niet. Het vignet is zichtbaar achter de voorruit. Toch dirigeert de douanebeambte ons naar de kant. De aard en het doel van onze reis naar Zwitserland wordt bevraagd. Evenals de exacte bestemming. Rijbewijs, paspoort en kentekenbewijs worden overhandigd aan de stoïcijnse, doch vriendelijke beambte. Of ik medicatie mee heb? Vraag mij dat maar op de terugweg, had ik kunnen vragen als ik had kunnen voorspellen wat mij later op de dag nog te wachten stond. Een Drogentest en een korte (gelukkig niet uitgebreide) controle van onze ‘materiaalwagen’ later, rijden wij de Zwitserse Bondsstaat binnen. Op navraag hebben wij op heel vriendelijke wijze van de douanier nog een extra routebeschrijving naar ons hotel gekregen. Het landschap ontvouwt zich zoals ik dat graag zie. De bergen worden steeds hoger en de dalen betoverend en rustiek. Een berglandschap en zee, beiden binnen handbereik, of beter gezegd binnen fietsafstand, is waar ik mij thuis voel. De talrijke bergmeren nemen het ‘gemis’ van een kustgebied echter volledig weg.

Half vier. Wir sind da! Hotel Hof und Post in Innertkirchen is onze thuisbasis. Het dorp met slechts 814 inwoners ligt in een mooi, centraal gebied met vele mogelijkheden op actief gebied. Er kan met de fiets naar hartenlust geklommen worden en vanuit het dorp kun je een keuze maken om de Sustenpas van de westkant en de Grimselpas vanaf de zuidzijde te bestijgen. Als je wil herstellen is een schitterend vlak rondje richting Brienzersee en Thunersee, met daartussen het prachtige Interlaken, dat overigens heel toepasselijk ‘tussen meren’ betekent en bekend staat als een kuuroord en congresplaats, geen straf. Een verkenningsritje, vlak na aankomst, staat op het programma. Via een lopertje genaamd Boden, dat wel 110 meter overbrugt via enkele haarspelden, wordt Meiringen, startplaats van het Alpenbrevet, bereikt over een afstand van ruim zes kilometer. Juist in de afdaling van dat klimmetje kreeg een vliegend insect het idee om mijn aanstaande challenge te verzieken. Onder mijn helm kan de ‘arme stakker’ nergens meer heen en laat uit angst even zijn angel achter. Met spastische bewegingen probeer ik deze ongenode gast zijn verblijf te verkorten. Onderaan de afdaling in Meiringen haalt mijn fietsmaat de angel uit de aangedane en pijnlijke plek bovenop mijn hoofd. Voor de meeste mensen blijft het daar dan bij, tenzij je zoals ondergetekende een allergie hebt. Een maand eerder had ik binnen 48 uur verschijnselen als de bof, nadat een vliegende soortgenoot op mijn bovenlip was geland. De volgende dag breng ik dus een bezoek aan het medisch centrum annex ziekenhuis in Meiringen. En dat is achteraf een verstandig besluit gebleken.
Das schaffst du”, stelt de arts mij gerust op mijn vraag of ik het gezien mijn ernstige situatie wel red om het brevet te halen. De verkenning blijft verder bij een rit langs een Zwitserse luchtmachtbasis in de richting van Brienz, net buiten het laag gelegen dorp Meiringen, en haalt de 28 kilometer ruim.

Donderdag 27 augustus: Innertkirchen – Interlaken – Innertkirchen

Met anti-allergie druppels als drankje en een gelletje voor de inmiddels dik geworden plek des onheils, pakken wij een mooi ritje langs de Brienzersee naar Interlaken. Het weer sinds onze aankomst? Zon, 29 graden (en soms hoger) en blauwe luchten. Goede timing. En de verwachtingen voor D-Day zijn perfect. Zeker als wij van enkele renners horen, die op herhaling zijn voor het brevet, dat het vorig jaar koud en nat was. En als ik ergens niet naar uitkijk is het dalen in de regen! Via dezelfde route als gisteren fietsen wij naar Brienz en wordt er aan het turquoise water van het meer van Brienz een prentje geschoten. Langs de ietwat glooiende, noordelijke kant van het meer gaat het door kleine dorpjes naar Interlaken. Een korte afdaling over een brug geeft een prachtig uitzicht over deze stad. Wij rijden omwille van de tijd een klein rondje door de stad en besluiten de volgende dag, voordat de startnummers worden opgehaald, Interlaken met een toeristisch bezoek te vereren. Terug bij ons hotel wacht ons wederom het aangepaste, doch vaak eenzijdige ‘wielermenu’ dat bestaat uit bouillon, (krop)salade, kip of vlees met Nudeln en een klein toetje. Het hotel is erg in trek bij motorrijders, mede vanwege de doorrijroute over de druk bereden, toeristische passen. Iets waar ik mij overigens tijdens het rijden van het Alpenbrevet enigszins aan zal storen.

Vrijdag 28 augustus: Bergbahn en startnummer

Interlaken, tien uur in de ochtend. Genoeg tijd om de toerist uit te hangen alvorens de startnummers ‘s middags in Meiringen worden verstrekt. Gisteren zagen wij vanaf de fiets een steil tegen de berg aangelegen spoorrails. In tien minuten kun je via een Drahtseilbahn over een traject van 1.435 meter tot een hoogte van 1.322 meter de ‘huisberg’ van Interlaken, de Harder Kulm, bereiken. De stijging is hierbij 64%. Tsja, dat is voor een wielrenner onbegonnen werk. Van hieruit kun je bergwandelingen ondernemen en voor de durfal is er paragliden (een activiteit die ook nog op mijn bucketlist staat), waarbij je een prachtig uitzicht hebt over de Jungfrau en de Eiger. Voor het luttele bedrag van 30,- CHF (€ 28,58) maken wij dankbaar gebruik van het kabeltreintje. Eenmaal boven krijg ik vanaf het uithangende uitzichtplateau met dit heldere weer een bijzonder panorama. Op het terras van het restaurant, dat de uitstraling heeft van een groot landhuis, voel ik de eerste prikkels adrenaline opkomen, die zich standaard voor grote, prestigieuze tochten als het Alpenbrevet manifesteren. We genieten van het uitzicht in de warme zon. In een creatieve opwelling besluit ik een ludiek filmpje te maken. Beneden koop ik in een winkeltje een aandenken. Bij elk fiets gerelateerd avontuur neem ik een souvenir mee dat mij extra herinnering verschaft. Het wordt een T-shirt.

Het is twee uur wanneer wij in Meiringen arriveren. Het is gelukkig (nog) niet druk in het goed opgezette ‘fietsdorp’. De race kit met stuurbord- en rugnummer is dan ook snel in bezit. Es ist jetz offiziell! De middag wordt verder besteed aan rust en het vastmaken van startnummers aan mijn titanium racer en bikedreams-jersey, gevolgd door nog een laatste materiaalcheck.

Zaterdag 29 augustus: Das Goldene Tour

Het leven van een sportieve, recreatieve wielrenner start vaak in de vroege ochtenduren. Zo ook nu. Om vier uur in de ochtend, of liever gezegd ’s nachts, gaan onze wekkers om vervolgens een uur later aan het ontbijt te verschijnen. Mijn vaste ontbijt in de vorm van cornflakes en een paar kopjes koffie is altijd een goede start. De zes kilometer naar de start, over de Boden-klim, die vandaag maar liefst vier keer wordt genomen, duurt een klein kwartier, zoals ik in de voorgaande dagen heb getimed. Om 06:15 uur voegen wij ons dus ruim op tijd in de startvakken. Eigenlijk is het één groot vak onderverdeeld in zones met bordjes met daarop je verwachte gemiddelde snelheid. Een massastart. Voor de Platinum-rijders is er de mogelijkheid al om 06:00 uur te starten, zodat de sluiting van de finish om 21:00 uur kan worden gehaald. Mijn fietsmaat stelt zich achterin op en besluit de Silbertour te rijden.

Grimselpas

De zone van 18 km/u blijkt later op de dag een goede schatting. Althans dat geven registratie op Strava en mijn analoge fietscomputer aan. In tegenstelling tot de tijdmeting van de organisatie, waarbij het geneutraliseerde stuk tussen Andermatt en Wassen niet in de eindtijd zou worden meegenomen. Het verlossende startschot. Gestaag beweegt al steppend de massa over de eerste tijdregistratiemat. Mijn avontuur gaat beginnen. De eerste klim(men) moet ik niet al teveel energie verliezen. Ik pas mijn tempo aan zoals ik dat niet eerder heb gedaan. De diesel komt vaak pas na een afgelegde afstand van honderd kilometer op gang. De Grimsel doet zich al na zeven kilometer aan. Op papier te doen, alleen wel gelijk de langste klim van de dag. Vanuit Innertkirchen is het 26,6 km naar de top, tegen gemiddeld 5,8% stijging. Relatief lang voor een Alpencol. In het begin redelijk onregelmatig, en dat ligt mij vaak niet. Het berglandschap is fabelachtig. De pas voert slingerend door een kloof langzaam naar boven. Twaalf kilometer voor de top gaat het ruim boven de 7% verder en kom ik een beetje in mijn ritme. De voorgeschreven hoeveelheid gelletjes zowel voor als na vertrek doen hun werk. Met alleen een vestje mee voor de afdalingen fiets ik heerlijk in kort wielertenue onder een al warme zon. Zo heb ik het graag. Even laat ik mij misleiden door het zicht op de stuwdam dat ik bijna boven ben. Noch nicht! Het inlezen thuis heeft zo zijn voordelen. Bij de stuwdam schiet ik een plaatje. Het is ongeveer vanaf hier dat je via een aantal haarspelden de top ziet liggen.

Goed zo, je hebt jezelf gespaard”, zeg ik in gedachten terwijl ik boven een heerlijke espresso wegtik van Cervo Rosso, met hun karakteristieke retro Volkswagen bus. Eén kilometer verder is de eerste Verpflegung. Chocola, energybars- en gels, bananen, sinaasappels, kleine choco bits (die verdacht veel op hondenbrokken lijken), water en sportdrank en zelfs stukjes kaas en bouillon! Ik gooi het een en ander naar binnen en maak mij klaar voor de ruim zestien kilometer lange afdaling. In deze fase van het seizoen ervaar ik enige angst en onzekerheid. Door mijn val begin juni en de latere ontdekking dat mijn beide wielsets erg nerveus worden wanneer zij snelheden behalen richting de 70 in het uur, kijk ik hier niet echt naar uit. Als ik het parcours niet heb kunnen verkennen, knijp ik in een bochtige afdaling iets vaker in de remmen. Om de eenvoudige reden dat ik mezelf wel vertrouw, maar het tegemoetkomende verkeer niet kan overzien. In het plaatsje Gletsch gaat het nog even door mijn hoofd om voor de Silbertour te gaan. “Daar krijg je spijt van”, hoor ik mezelf weer in gedachten. De diesel spreekt. Nét buiten het plaatsje Ulrichen, aan de voet van de Nufenenpas, werk ik nog een gelletje naar binnen. Het spulletje doet bij mij altijd goede zaken. De flatulentie naderhand neem ik voor lief…

Nufenenpas

Deze pas is de reden dat ik mijn krachten heb gespaard op de Grimsel. Ofschoon de Nufenen ‘maar’ 14 km lang is, kent deze pas een gemiddelde van 8,1% waarbij de laatste acht kilometer niet onder de 9% komt en uitschieters van 10 en 11% voor de wielen gooit. Het is ook op Zwitsers grondgebied, met zijn 2.478 m, hoogst gelegen pas in de Alpen. Vlak voor vertrek naar Zwitserland twijfelde ik nog om bij een onderhoudsbeurt een 32 achter te laten steken. Een tekort aan financiële middelen echter, maar ook een goede trainingsmaand deden mij besluiten het bij mijn 34/28 te houden. Kreeg ik toch soms spijt van. Vrij snel heb ik geen tandje meer over en trap ik in slakkengang puur op kracht naar boven. Ik krijg daarom ook niet veel mee van de omgeving. Op de top is het fris en laat ik mij de bouillon goed smaken. De afdaling naar Airolo is snel en overzichtelijk. Toch haal ik hier nog niet mijn snelheidsrecord. Aan de voet van de oude Gotthardpas, ligt het mooi gelegen Airolo met Italiaanse invloeden als poort naar het zuiden. Alhier blijf ik bij de derde verzorgingspost niet lang hangen. Ik vul mijn koolhydraten nog wat aan en klik in voor misschien wel de meest bijzondere Anstieg des Tages.

Gotthardpas

Tremola, is de benaming voor de oude Gotthard en beslaat het wegdek dat grotendeels uit kleine kasseien bestaat die deze klim zo speciaal maken. Ze liggen er, in tegenstelling tot Vlaanderen, prima berijdbaar bij en zo ervaar ik dat ook. Natuurlijk volg ik hier en daar het voorbeeld van anderen om het vlakke afwateringsgootje aan de bergzijde even mee te pakken. Met percentages tussen de 7 en 8% is het goed klimmen en is de 13 km aardig snel overbrugd in vergelijking tot de andere passen van de dag. De haarspelden richting de top zijn een welkome en fijne afwisseling op de tergend lange, bijna rechte weg bergop van de Nufenenpas . Het leuke van wielrennen is dat je met een vaak wederzijdse lach, zucht of een blik opzij begrip krijgt van een andere tweewielende soortgenoot voor elkaars inspanningen. Soms kunnen deze eenvoudige gestes je er doorheen slepen wanneer je stuk zit. Op de top is het toeristisch druk en film ik de plaatselijke ‘huisband’ van de Passo del San Gottardo. Het is uitgerekend op deze Alp dat ik enigszins het euforische gevoel opmerk dat ik deze Goldtour met succes én naar tevredenheid zal afronden. Tot de laatste pas zich aandient…

Sustenpas

In de gevaarlijke, geneutraliseerde, afdaling tussen Andermatt en Wassen haal ik na de verzorgingspost, op een lang recht stuk weg met betonplaten, mijn snelheidsrecord. Ruim een jaar geleden klok ik in een afdaling naar El Teide op Tenerife een snelheid van ruim 75 per uur. Bij het naderen van de eerste tunnel op dit gevaarlijke traject vanwege het drukke verkeer en tunnelwerkzaamheden, knijp ik in de remmen en zet ik het record vast op 81,33 km/u! Yes! Het is duidelijk waarom de organisatie hier de neutralisatie heeft ingesteld. Een lange rij auto’s, vrachtwagens, motoren en bussen zorgen voor een flinke opstopping. De weg loopt ook nog eens steil naar beneden. Er is nauwelijks ruimte om hier zelfs met de fiets tussendoor te manoeuvreren. In een inmiddels gevormd groepje renners zien wij toch kans om al slalommend met gewaagde capriolen ons een weg te banen richting de laatste klim.

Met enige opluchting begin ik aan het eerste mooie deel van de Sustenpas (2.224 m). Deze kronkelende kilometers rijzen vanuit de gespleten kloof van de rivier de Reuss omhoog, maar zijn van korte duur. De slotklim bedraagt 17,5 km tegen 7,5% gemiddeld. De eerste 7,5 km ligt deze tussen de 6 a 7% stijging en het is in dit deel van de klim dat ik een heerlijke cadans ontwikkel. De pas ligt inmiddels als een lange rechte weg tegen de berg aan. Alleen enkele kilometers voor de top kun je een aantal nauwe bochten zien liggen. Het is halverwege de middag boven de dertig graden. Later zou blijken dat de organisatie hier in dit dal temperaturen heeft gemeten van 42 graden! Zelf ondervind ik er geen last van. In tegenstelling tot enkele andere deelnemers, zou later blijken. Ik heb de pas wel onderschat. Mijn cadans is enigszins weg en mijn beide bidons half leeg. Ik volg het voorbeeld van vele andere deelnemers. De kraantjes water bij sommige boerderijen bieden een welkome verfrissing. Onder een volle bidon koud water neem ik een douche. Dit biedt in ieder geval voor even wat koelte. Dat er op een bordje boven het volgende kraantje verderop ‘Kein Trinkwasser’ staat, deert nagenoeg niemand. Mijn maag is al wel wat gewend vandaag na al het diverse aanbod bij de verzorgingsposten.

Het gaat halverwege de pas met ruim 8% omhoog, met stukken van 9 en 10%. Het duurt lang en het zicht op wat nog komen gaat begint een mentale kwestie te worden, ondanks dat de benen goed voelen. Ik groet nog even deelneemster Anita uit Volendam bij het inhalen. Wanneer ik het bochtenwerk nader denk ik bijna boven te zijn. Niets is minder waar. Het gaat nog kilometers door na de voorlaatste tunnel. Evenwel sta ik na 3:12:23 uur beklimming weer aan het heerlijke kopje espresso. Mét een smile. De laatste afdaling ligt voor mij. Wel eentje van dertig kilometer lang! Halverwege wordt ik ingehaald door twee Britten die mij wenken aan te klampen. Tot aan de Boden-klim (voor de vierde keer vandaag) houdt ik het wiel en haal ik nog een aardig tempo in de voor mij altijd zo karakteristieke finale. Op de klim moet ik dan toch lossen en trek ik alleen door richting de finish. Met de armen in de lucht kom ik voor de lens van de fotograaf als een pro over de streep. Wel slordig dat ik hierbij voor de sponsor vergeet het ritsje van mijn shirt dicht te doen. Gelukkig ben ik die sponsor zelf. Bikedreams war dabei!

Onder het genot van een halve liter glas cola zit ik even voor zeven uur in de avond op het terras van ons hotel, waar mijn fietsmaat inmiddels gedouched en gekleed, na zijn succesvolle Silbertour, op mij zit te wachten. Dat ik en passant onder tafel nog even gestoken wordt door een agressieve wesp, deert mij niet.
Jammer jongen, te laat“, zeg ik. “Deze prestatie kun jij niet meer verzieken“. Officieel heb ik met de Goldtour zilver gehaald. Toch voelt het als goud in de schitterende ambiance van de dag. Ik heb de race goed ingedeeld en het maximale eruit gehaald. Der Schweiz hat mich berührt!

 

Statistieken augustus 2015 in voorbereiding Alpenbrevet:

Trainingstijd 68:30 uur
Afstand 1.677,29 kilometer
Hoogtemeters 16.260 meter
Calorieën 48.613 kcal
Aantal Ritten 16

Gereden ritten/cyclo’s:
Decathlon Classic Leuven, LBL Ardennen Classic, Reichswald-Posbanktoer, Willy Vannitsen Classic, Alpenbrevet-Goldtour


Bronnen:

http://www.myswitzerland.com/nl-nl/sustenpas.html

https://en.wikipedia.org/wiki/Harder_Kulm

https://en.wikipedia.org/wiki/Harderbahn

http://www.interlaken.ch/en/excursion-harder-kulm.html

http://www.cyclobrevet.nl/WP/?page_id=271

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
×Close search
Zoeken